Nieuws Uit De Sector


IMO publiceert vaak gestelde vragen over toekomstige zwavelnormen

De 'International Maritime Organization' (IMO) heeft een FAQ-sectie gepubliceerd over de limiet van 0,5 procent zwavel in scheepsbrandstof, die op 1 januari 2020 van kracht wordt.

Die limiet zal de hoeveelheid zwaveloxide die schepen uitstoten gevoelig terugdringen en zou wereldwijd aanzienlijke gezondheids- en milieuvoordelen moeten bieden, in het bijzonder voor mensen die dichtbij havens en kusten leven.

Maatregelen om de consistente implementatie van de 0,5%-norm te implementeren waren dan ook een sleutelonderwerp tijdens de vergadering van het Subcomité Pollution Prevention and Response van de IMO, die van 5 tot 9 februari plaatsvond in het hoofdkantoor van de IMO in Londen. De vergadering wierp ook een blik op manieren om de zwarte koolstofemissies van schepen te meten.

De vaak gestelde vragen vindt u hieronder en hier, en meer gedetailleerde informatie vindt u hier.

• Wanneer heeft de IMO normen aangenomen om luchtvervuiling door schepen in te dammen?

De IMO werkt al sinds de jaren zestig om de schadelijke impact van de scheepvaart op het milieu te beperken. Bijlage VI bij het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen (MARPOL) werd in 1997 aangenomen om luchtvervuiling door schepen tegen te gaan.

De 'Voorschriften ter voorkoming van luchtverontreiniging door schepen' (Bijlage VI) hebben als doel om de uitstoot van zwaveloxiden (SOx) en stikstofoxiden (NOx) te beperken en de opzettelijke uitstoot van ozonafbrekende stoffen (ODS), vluchtige organische stoffen (VOS) en gassen van verbrandingsovens op schepen te verbieden om hun aandeel in de lokale en wereldwijde luchtvervuiling, menselijke gezondheidsproblemen en milieuproblemen te verkleinen.

Bijlage VI trad op 19 mei 2005 in werking. In oktober 2008 werd een herwerkte Bijlage VI met gevoelig strengere eisen aangenomen, die op 1 juli 2010 van kracht werd. De voorschriften om de uitstoot van zwaveloxiden te beperken, introduceerden een wereldwijde limiet voor het zwavelgehalte in scheepsbrandstoffen met strengere normen voor specifieke emissiecontrolegebieden (Emission Control Area's, ECA's).

Sinds 2010 werden er nog bijkomende amendementen voor Bijlage VI aangenomen, waaronder het amendement om meer emissiecontrolegebieden in te voeren. De energie-efficiëntievereisten werden in 2013 van kracht.

• Welke beperkingen leggen de voorschriften op voor het zwavelgehalte?

Tot 31 december 2019 bedraagt de zwavellimiet voor schepen die buiten de emissiecontrolegebieden varen 3,50% m/m. Vanaf 1 januari 2020 ligt de limiet op 0,50% m/m.

• Kan deze datum nog wijzigen?

De datum is vastgelegd in het MARPOL-verdrag en kan dus alleen worden gewijzigd door een aanpassing van MARPOL-bijlage VI. Daartoe zou een lidstaat opgenomen in Bijlage VI een voorstel tot amendement moeten indienen, dat vervolgens moet rondgaan en tot slot moet worden aangenomen door MEPC. Een amendement voor MARPOL moet minimaal zes maanden voor de aanvaarding rondgaan en kan ten vroegste 16 maanden na de aanvaarding van kracht worden. Aangezien de partijen van MARPOL-Bijlage VI in oktober 2016 hebben beslist 2020 te implementeren als datum, achten we de kans klein dat er zo'n voorstel komt.

• Kan de implementatie vertraagd worden?

Nee, wettelijk gezien kan de implementatie van 1 januari 2020 niet meer worden gewijzigd aangezien het te laat is om de datum aan te passen en omdat er geen nieuwe datum meer van kracht kan worden voor 1 januari 2020. De lidstaten van de IMO zullen echter samenwerken met de relevante technische afdelingen van de IMO om eventuele problemen het hoofd te bieden en een consistente implementatie te verzekeren.

• Wanneer werd de datum vastgelegd op 1 januari 2020?

De datum werd reeds in 2008 vastgelegd op 1 januari 2020. Er werd echter een bepaling opgenomen dat de IMO de beschikbaarheid van zwavelarme brandstoffen voor schepen moest evalueren om de lidstaten te helpen bepalen of de nieuwe, lagere limiet voor zwavelemissies van internationale schepen van kracht moest worden op 1 januari 2020, dan wel op 1 januari 2025. De studie ‘Assessment of fuel oil availability’ is hier te downloaden [link nodig?]. In oktober 2016 heeft het Marine Environment Protection Committee (MEPC 70) van de IMO besloten dat de limiet van 0,50% vanaf 1 januari 2020 van kracht zou worden.

• Wat zal deze nieuwe limiet inhouden voor schepen?

Onder de nieuwe zwavellimiet zullen schepen geen brandstof aan boord mogen hebben met een zwavelgehalte van meer dan 0,50% m/m. De huidige limiet, die sinds 1 januari 2012 van kracht is, bedraagt 3,50%. De uitdrukking 'brandstoffen aan boord' is van toepassing op brandstoffen voor gebruik in de hoofd- en hulpmotoren en boilers. Er worden uitzonderingen toegestaan voor situaties met betrekking tot de veiligheid van het schip of het redden van levens op zee of wanneer een schip of zijn uitrusting beschadigd is. Een andere uitzondering is de toelating voor schepen die testen uitvoeren voor de ontwikkeling van emissiereductie- en -controletechnologieën en motorontwikkelingsprogramma's. Wel is hiervoor een speciale toelating van de overhe(i)d(en) nodig (vlaggensta(a)t(en)).

• Hoe kunnen schepen voldoen aan de lagere zwavelemissienormen?

Schepen kunnen aan de norm voldoen door zwavelarme brandstoffen te gebruiken. Steeds meer schepen gebruiken ook gas als brandstof, aangezien de verbranding daarvan weinig of geen zwaveloxiden genereert. Dat werd bevestigd bij de uitwerking van de IGF Code (International Code for Ships using Gases and other Low Flashpoint Fuels), die in 2015 werd aangenomen. Nog een alternatief is methanol, dat op bepaalde korte zeeroutes wordt gebruikt. Schepen kunnen ook aan de SOx-normen voldoen door goedgekeurde equivalente methoden te gebruiken zoals uitlaatgasreinigingssystemen of 'scrubbers' die de emissies 'zuiveren' alvorens ze worden uitgestoten. In dat geval moet de uitrusting worden goedgekeurd door de vlaggenstaat van het schip.

• Welke controles zullen er worden uitgevoerd wanneer de nieuwe normen van kracht worden?

Schepen die brandstofolie tanken voor gebruik aan boord ontvangen een brandstofleveringsnota, waarop de zwavelinhoud van de geleverde brandstof wordt vermeld. Er kunnen ook stalen worden genomen ter controle. Schepen moeten ook een IAPP-certificaat (International Air Pollution Prevention) ontvangen van hun vlaggenstaat. Dat certificaat omvat een sectie die aangeeft dat het schip brandstofolie gebruikt met een zwavelgehalte dat voldoet aan de voorgeschreven limiet, zoals gedocumenteerd in de brandstofleveringsnota's, of dat het een goedgekeurde equivalente methode gebruikt. Haven- en kuststaten kunnen controles uitvoeren om te zien of het schip aan de normen voldoet. Ze kunnen ook monitoring (bijvoorbeeld luchtmonitoring om de uitlaatgassen te analyseren) en andere technieken gebruiken om potentiële schendingen te identificeren.

• Welke sancties zullen worden opgelegd bij niet-naleving van de normen?

De sancties zullen worden uitgewerkt door de individuele partijen van MARPOL, zoals vlaggen- en havenstaten. De IMO bepaalt geen boetes of sancties. Dit is het werk van de individuele lidstaten.

• Welke bijkomende maatregelen moeten worden ontwikkeld om een consistente implementatie te verzekeren?

De implementatie is de taak en verantwoordelijkheid van de overheden (vlaggenstaten en haven- en kuststaten). De consistente en doeltreffende implementatie van de zwavelnorm voor 2020 (0,50% m/m) is een topprioriteit. Het Subcomité Pollution Prevention and Response (PPR) van de IMO heeft een lijst van items voorbereid, die moeten worden overwogen om de milieuvoordelen bedoeld in voorschrift 14 te realiseren. Die regeling bepaalt de uitstoot van zwaveloxiden (SOx) in MARPOL-Bijlage VI. De omvang van het werk, dat tijdens PPR-sessies in 2018 en 2019 moet worden uitgevoerd, wordt hier beschreven.

Het MEPC 71 (juli 2017) bepaalde welke werken nodig waren en gaf het Subcomité PPR opdracht om na te gaan welke acties moesten worden ondernomen om een consistente implementatie van de zwavellimiet van 0,50% te verzekeren voor brandstof gebruikt door schepen die buiten de emissiecontrolegebieden (ECA's) varen en/of gebruik maken van equivalente methoden om de uitlaatgassen te reinigen. Hetzelfde geldt voor acties die bijdragen tot de implementatie van een doeltreffend beleid door de IMO-lidstaten. Om ervoor te zorgen dat dit cruciale werk tegen 2020 is voltooid, zal er in de tweede helft van 2018 een tussentijdse werkgroepvergadering worden georganiseerd.

• Welke maatregelen kan men ontwikkelen om de implementatie van de 0,50%-norm te ondersteunen?

Deze beslissing is de verantwoordelijkheid van de IMO-lidstaten en zal worden genomen in het subcomité PPR, dat op zijn beurt verslag zal uitbrengen aan het MEPC. Enkele elementen die moeten worden bestudeerd, zijn de opstelling van een standaardformaat om een gebrek aan conforme brandstofolie te rapporteren om te bewijzen dat een schip geen conforme brandstof kan verkrijgen, en de uitwerking van hulpmiddelen die de lidstaten en stakeholders kunnen helpen om het zwavelgehalte van scheepsbrandstoffen te evalueren. Controles om na te gaan of de geleverde brandstoffen voldoen aan de voorgeschreven zwavellimieten zoals vermeld op de brandstofleveringsnota moeten worden aangemoedigd.

Lidstaten – evenals adviserende NGO's – worden aangemoedigd om relevante voorstellen en informatie over te maken aan het subcomité PPR en de tussentijdse werkgroepvergadering.

• Wat doet de IMO om de beschikbaarheid van brandstofolie te verzekeren?

De implementatie is de verantwoordelijkheid van de lidstaten die MARPOL-Bijlage VI hebben goedgekeurd. De beslissing van MEPC om de implementatiedatum voor de 0,50%-limiet reeds in oktober 2016 vast te leggen op 1 januari 2020 (meer dan drie jaar op voorhand dus), had deels als doel om de lidstaten en de industrie voldoende tijd te geven om zich voor te bereiden op de nieuwe eis. Bepaling 18 van MARPOL-Bijlage VI dekt zowel de beschikbaarheid als de kwaliteit van de brandstofolie.

Wat de beschikbaarheid van de brandstofolie betreft, verplichten de voorschriften alle partijen om "alle nodige stappen te zetten om de beschikbaarheid van brandstofolie die aan de normen voldoet te verzekeren en om de Organisatie te informeren over de beschikbaarheid van conforme brandstofolie in zijn havens en terminals.”

De partijen dienen de IMO ook te informeren wanneer een schip bewijs heeft geleverd voor het feit dat er geen conforme brandstof voorhanden is. Meldingen van bewezen gebreken aan conforme brandstofolie zijn beschikbaar op de overeenkomstige module van het GISIS-systeem van de IMO. Openbare gebruikers kunnen zich registreren voor gratis toegang tot deze module: https://gisis.imo.org/Public/MARPOL6/Notifications.aspx?Reg=18.2.5.

• Wat doet de IMO om de kwaliteit van de brandstofolie te verzekeren?

De implementatie en controle is de taak van de partijen van MARPOL-Bijlage VI. Bepaling 18.3 van MARPOL-Bijlage VI specificeert de kwaliteitsvereisten voor brandstofolie geleverd aan en gebruikt op schepen. Meldingen van brandstofolieleveranciers die niet aan de vereisten voldeden, zijn beschikbaar op GISIS: https://gisis.imo.org/Public/MARPOL6/Notifications.aspx?Reg=18.9.6

De IMO ontwikkelt richtlijnen over best practices voor afnemers/gebruikers van brandstofolie en voorlopige best practices voor lidstaten/kuststaten. Die eerste zijn bedoeld om aankopers/gebruikers van brandstofolie te helpen controleren of de kwaliteit van de brandstofolie geleverd aan en gebruikt op schepen voldoet aan de MARPOL-vereisten en de voorschriften voor een veilig en efficiënt gebruik van het schip. De richtlijnen zullen betrekking hebben op diverse aspecten van de aankoop tot en met het laden van de aangekochte brandstofolie.

De best practices voor Lidstaten/kuststaten zijn bedoeld om lidstaten te helpen hun verantwoordelijkheden uit te oefenen onder MARPOL-Bijlage VI, om een doeltreffende implementatie en handhaving van de wettelijke vereisten van die Bijlage te verzekeren met betrekking tot het zwavelgehalte van de brandstofolie voor gebruik op schepen. Verwacht wordt dat de voorlopige best practices voor olieaankopers/-gebruikers zullen worden besproken tijdens MEPC 72 (april 2018) en dat de voorlopige best practices voor lidstaten/kuststaten zullen worden besproken tijdens MEPC 73 (oktober 2018). Beide sets van best practices hebben als doel bij te dragen tot de doeltreffende implementatie van de Bijlage VI-voorschriften over de kwaliteit van brandstofolie. 5

• Wat is het huidige gemiddelde zwavelgehalte van brandstofolie gebruikt op schepen?

De IMO controleert het zwavelgehalte van de brandstofolie die wereldwijd wordt gebruikt op schepen. Er worden monsters genomen van stookolie – de 'zware' brandstofolie die doorgaans op schepen wordt gebruikt – en van distillaatolie (lichte, zwavelarme brandstofolie die doorgaans wordt gebruikt in de emissiecontrolegebieden, waar strengere normen gelden voor de zwaveluitstoot). De jongste cijfers tonen aan dat het jaarlijkse gemiddelde zwavelgehalte voor stookolie 2,58% bedroeg in 2016. Het wereldwijde zwavelgehalte voor distillaatolie bedroeg 0,08% in 2016.

• Zijn er studies geweest naar de haalbaarheid van LNG als brandstofolie?

Ja. De IMO heeft studies over de haalbaarheid en het gebruik van LNG als scheepsbrandstof besteld en gepubliceerd (2016). De publicatie omvat een haalbaarheidsstudie over het gebruik van LNG als brandstof voor internationale schepen in het Noord-Amerikaanse emissiecontrolegebied, een pilotstudie over het gebruik van LNG als brandstof voor een snel passagiersschip van de ferryterminal Port of Spain in Trinidad en Tobago, en een haalbaarheidsstudie over LNG voor korte zeeroutes en kustroutes in de grote omgeving van de Caraïben.

• Hoe staat het met de zwavelbeperking in emissiecontrolegebieden (ECA)?

In de emissiecontrolegebieden (ECA's) die door de IMO werden afgebakend voor de controle op de uitstoot van zwaveloxiden (SOx) bedraagt de zwavellimiet voor brandstofolie sinds 1 januari 2015 0,10% m/m. Deze gebieden, die werden bepaald onder MARPOL-Bijlage VI voor SOx, zijn de Baltische Zee, de Noordzee, het Noord-Amerikaanse gebied (bestaande uit kustzones van de Verenigde Staten en Canada), het Amerikaanse deel van de Caraïbische Zee (wateren rond Puerto Rico en de Amerikaanse Maagdeneilanden).

- February 2018

Terug naar Nieuw


Toekomstige beurs: Marine Maintenance World Expo 2020, 23-25 Juin 2020, Hall 11, RAI, Amsterdam, Nederland

Notice: Undefined variable: nav in /var/www/vhosts/marinemaintenanceworldexpo.com/httpdocs/nl/industry-news.php on line 52

Warning: Invalid argument supplied for foreach() in /var/www/vhosts/marinemaintenanceworldexpo.com/httpdocs/global/functions.php on line 204